Verbod van interversie nader beschouwd

Print Friendly, PDF & Email

Het verbod van interversie is een bijzonder juridisch figuur. Het woord interversie komt niet voor op de Woordenlijst Nederlandse Taal, maar betekent zoveel als omkering. Bij een beroep op verjaring, waar het verschil tussen bezit en houderschap een rol speelt, kan het verbod van interversie een serieuze valkuil zijn. Als er sprake is van bezit kan er er namelijk sprake zijn van verjaring. Bij houderschap is verjaring niet van toepassing. Maar wat is interversie? En waarom is het bij wet verboden gemaakt?

Houderschap blijft houderschap

Artikel 3:111 van het Burgerlijk Wetboek is de vindplaats van het interversieverbod en luidt als volgt:

“Wanneer men heeft aangevangen krachtens een rechtsverhouding voor een ander te houden, gaat men daarmede onder dezelfde titel voort, zolang niet blijkt dat hierin verandering is gebracht, hetzij ten gevolge van een handeling van hem voor wie men houdt, hetzij ten gevolge van een tegenspraak van diens recht.”

Een stevige volzin die niet uitblinkt in helderheid. Duidelijk is in ieder geval de intentie van het eerste deel; Indien houderschap is ontstaan kan hier in beginsel geen verandering meer in komen. Er kan geen sprake zijn van ‘omkering’, houderschap blijft houderschap. De reden hiervoor is dat een eigenaar duidelijk moet kunnen begrijpen dat er sprake is van bezit en dat hij daar iets aan moet doen. Bezit kan niet sluimerend intreden, het moet zo duidelijk mogelijk zijn.

Er wordt in de wet gesproken over de aanwezigheid van een rechtsverhouding. In de praktijk wordt deze rechtsverhouding zeer snel aangenomen. Bijvoorbeeld wanneer de politie een gestolen fiets aantreft en in bewaring neemt, ontstaat hiermee houderschap. De politie houdt de fiets voor een derde, zonder dat er een duidelijke rechtsverhouding tussen de eigenaar en de politie aan ten grondslag ligt. Er is immers geen contract, er zijn geen afspraken of anderszins contact of overleg, nog sterker de politie weet niet eens voor wie zij houdt.

Handeling van de eigenaar

Het tweede deel van artikel 3:111 BW geeft twee mogelijkheden die de uitzondering vormen op de hoofdregel. Ten eerste kan de eigenaar door eigen toedoen ervoor zorgen dat het bezit overgaat op een derde. Hij kan bijvoorbeeld nadrukkelijk erkennen dat de houder bezitter is. Als er een misverstand bestaat over erfgrenzen kan de eigenaar bevestigen dat hij ervan uitgaat dat grond die op zijn naam staat eigenlijk van de gebruiker is. Hiermee wordt een bestaand houderschap omgezet in bezit en gaat een verjaringstermijn lopen om dit bezit ongedaan te maken. Deze omstandigheid zal zich in de praktijk zelden voordoen. De tweede mogelijkheid is dan ook interessanter en wordt hierna besproken.

Tegenspraak van eigendomsrecht door de houder

Tegenspraak van het recht van de eigenaar is een meer voorkomende mogelijkheid. Deze tegenspraak wordt aangenomen indien de houder openlijk het recht van de wederpartij betwist en zich daar ook naar gedraagt. De tegenspraak moet aankomen bij de eigenaar of diens vertegenwoordiger, zodat die zich realiseert dat hij moet optreden. Een enkele mededeling dat iemand voor zichzelf wil gaan houden is dus niet voldoende, evenmin als overleg over aankoop van de grond. Een veelvoorkomend verschijnsel is de huurder of pachter die stopt met betalen. Een huurder/pachter is volgens een rechtsverhouding houder van de grond. Door te stoppen met betalingen voldoet hij niet meer aan zijn verplichtingen maar wordt hij echter niet bezitter. Hiervoor is namelijk de bovengenoemde openlijke betwisting noodzakelijk. De Rechtbank Dordrecht heeft hier in 2010 een heldere uitspraak waarin is bevestigd dat het stoppen met betalen of het niet aangaan van een nieuwe huurovereenkomst niet leidt tot bezit en het verbod van interversie in dat geval dus stand houdt.

Voor beide uitzonderingen geldt dat de houder moet aantonen dat sprake is van een handeling die het verbod van interversie doorbreekt. Ook dit is eerder nadrukkelijk in de rechtspraak, namelijk door de Hoge Raad bevestigd.

Conclusie

Houderschap gaat niet snel over in bezit. Hiervoor zal een voldoende heldere tegenspraak door de houder moeten worden aangetoond. Het niet nakomen van huurverplichtingen is geen tegenspraak. Het sturen van een aangetekende brief dat de houder zichzelf als eigenaar ziet en de eigenaar niet meer op de grond mag komen is wél voldoende. Een hek plaatsen met daarop een bord verboden toegang is ook voldoende om van houder bezitter te worden. In de praktijk zijn echter vele tussenvormen mogelijk en ook aan de rechter voorgelegd. Alle omstandigheden van het geval zijn relevant.

Thijs Liebregts

Thijs Liebregts plaatste tot op heden 39 artikelen

De initiatiefnemer van deze site. Ervaren advocaat civiel- en bestuursrecht met nadruk op vastgoedgerelateerde kwesties. Daarnaast een bijzondere interesse voor verjaring; het onderwerp waarop hij in 2010 afstudeerde en inmiddels ruime (proces)ervaring opbouwde.