Over het recht van buurweg heeft Thijs Liebregts eerder op deze site geschreven, maar hoe werkt het recht van buurweg nu precies? Het recht van buurweg stond vóór 1992 in het Burgerlijk Wetboek. In 1992 is het Burgerlijk Wetboek aangepast en verdween het recht uit de wet. Oude buurwegen blijven wel bestaan door artikel 160 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek. De buurweg lijkt op het eerste gezicht sterk op het recht van overpad zoals wij dat tegenwoordig kennen, maar er zijn grote verschillen tussen de twee rechten. In dit artikel bespreek ik het recht van buurweg aan de hand van de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 22 mei 2024 (ECLI:NL:RBNHO:2024:5224). Ik bespreek achtereenvolgens:
– Feiten uit de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland;
– het ontstaan van de buurweg;
– het gebruik van de buurweg;
– kosten en onderhoud van de buurweg.
Feiten uit de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland
In de zaak bij de rechtbank Noord-Holland strijden de eigenaren van twee naastgelegen percelen over een pad tussen hun percelen. Op perceel 1 staat een kerk. Op perceel 2 staat een woning. Er loopt een pad over perceel 2 dat wordt gebruikt door de bezoekers van de kerk. De eigenaar van perceel 2 heeft een hek geplaatst op de erfgrens. Het pad kan daarom niet meer worden gebruikt door de bezoekers van de kerk. Op onderstaand plaatje staat een vergelijkbare situatie. Links ligt perceel 2, de eigenaar van het pad. Rechts ligt perceel 1 van de kerk. Het pad kan niet meer door de kerk worden gebruikt, omdat er een hek is geplaatst tussen de twee percelen.
De eigenaar van de kerk vordert primair de rechter te laten verklaren dat er een erfdienstbaarheid is ontstaan. Subsidiair vordert de eigenaar van de kerk dat de rechter vaststelt dat er een recht van buurweg bestaat. In beide gevallen vordert de eigenaar van de kerk verwijdering van het hek, omdat het hek het gebruik van het pad onmogelijk maakt. De rechter laat de erfdienstbaarheid (de primaire vordering) buiten beschouwing, omdat er volgens de rechtbank sprake is van een buurweg (de subsidiaire vordering). Hoe zit dat?
Het ontstaan van het recht van buurweg
Het recht van buurweg stond, in oud Nederlands, in artikel 719 Burgerlijk Wetboek (oud):
“Voetpaden, dreven of wegen aan verscheiden geburen alleen, en welke hun tot eenen uitweg dienen, kunnen niet dan met gemeene toestemming worden verlegd, vernietigd of tot een ander gebruik gebezigd, dan waartoe dezelfde zijn bestemd geweest.”
Een recht van buurweg ontstond dus bij voetpaden, dreven (waterwegen) of wegen die blijkens uiterlijke toestand bestemd zijn voor verkeer. De buurweg moet door verschillende buren gezamenlijk in gebruik zijn. Het is niet verplicht dat de eigenaar van de weg ook gebruik maakt van de buurweg. In het voorbeeld van de rechtbank Noord-Holland maakt het dus niet uit of de eigenaar van perceel 2 het pad gebruikt of niet.
Verder is het niet verplicht dat de buurweg de enige uitweg is. Daarvoor bestond namelijk ook onder het oude recht een recht van noodweg.
Tot slot moet de buurweg bestemd zijn voor gemeenschappelijk gebruik. Dat is een subjectieve handeling van de gezamenlijke buren. De buren moeten uitdrukkelijk of stilzwijgend overeenkomen dat het recht van buurweg bestaat. Dat ligt aan de omstandigheden van het geval.
In het geval van de zaak bij de rechtbank Noord-Holland, bleek dat eind jaren 1930 de erfafscheiding tussen perceel 1 en perceel 2 is verwijderd. Vervolgens blijkt uit verklaringen dat het pad op perceel 2 ook door de bezoekers en eigenaren van de kerk werd gebruikt. Volgens de rechtbank is onvoldoende betwist dat er destijds stilzwijgende overeenstemming is bereikt over het gebruik van het pad. Er is dus sprake van een buurweg.
Het gebruik van de buurweg
De eigenaar van een weg heeft bij een buurweg minder mogelijkheden dan bij een recht van overpad. Bij het recht van overpad heeft de eigenaar het recht om het pad af te sluiten, maar dan moet degene met het recht van overpad wel een toegangssleutel krijgen. Bij de buurweg is dat niet zomaar mogelijk. De buurweg is bedoeld voor de ‘buren’ die de buurweg gebruiken, maar ook voor hun bezoekers, bezorgers en personeel. Een buurweg mag alleen worden afgesloten met toestemming van alle buren die gebruikmaken van de buurweg. Dat is vanuit praktisch oogpunt ook wel logisch: hoe kan een bezorger, bezoeker of personeel nog over de buurweg komen en gaan als diegene geen sleutel heeft?
Datzelfde geldt voor het verleggen of aanpassen van de buurweg. Ook dat mag alleen met toestemming van de gezamenlijke buren. Het recht van buurweg kan men dus zien als een sterker recht dan het recht van overpad.
In de zaak van de rechtbank Noord-Holland, mocht de eigenaar van perceel 2 geen hek plaatsen op zijn erfgrens, omdat de kerk geen toestemming heeft gegeven voor de aanpassing van de buurweg.
Kosten en onderhoud van de buurweg
In tegenstelling tot het recht van overpad, was bij de buurweg niks geregeld over de kosten en het onderhoud van de buurweg. Bij een recht van overpad kan men worden verplicht tot betaling van een vergoeding voor de erfdienstbaarheid (retributie), maar dat kon bij een buurweg niet. Het onderhoud komt bijvoorbeeld niet standaard voor één van de buren.
De buurweg is een gezamenlijk recht van buren en dus ging de juridische literatuur er vroeger van uit dat de buren onderling moeten regelen hoe het noodzakelijke onderhoud wordt uitgevoerd. Een buur kan bij een recht van buurweg alleen worden verplicht tot betaling indien de buurweg noodzakelijk onderhoud nodig heeft. De kosten van de buurweg worden dan verdeeld over de gezamenlijke buren die gebruikmaken van de buurweg. Een jaarlijkse vergoeding voor onderhoud past dus niet bij een recht van buurweg. De buren mogen natuurlijk wel gezamenlijk afspreken dat zij jaarlijks een bijdrage leveren voor de buurweg, maar dat is niet verplicht.
Conclusie
Het recht van buurweg is een sterk recht dat moeilijk kan worden aangetast, maar sinds 1992 kunnen buurwegen niet meer ontstaan. Buurwegen van voor 1992 bestaan nog steeds. Soms komen we dus nog een buurweg tegen, zoals in de zaak van de rechtbank Noord-Holland en soms komen we dus nog een buurweg tegen. De zaak van de rechtbank Noord-Holland is daar een voorbeeld van.
Het bewijzen van een buurweg kan lastig zijn. Uit de rechtspraak, ook die van de rechtbank Noord-Holland, volgt dat er duidelijke verklaringen moeten zijn over het gebruik vóór 1992. Dat gebruik mag in de regel ook niet kortstondig zijn. Ook voor de buurweg geldt dat het recht sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval.
Heeft u vragen over het recht van buurweg, twijfelt u of u een recht van buurweg of een recht van overpad heeft of heeft u een andere vraag? Neem dan vrijblijvend contact met ons op!
* de afbeelding in dit artikel is gegenereerd met AI