Verjaring van invloed op vaststelling bestemmingsplan?

Print Friendly, PDF & Email

Stroken grond die door een niet-eigenaar in gebruik zijn genomen hebben uiteraard ook gewoon een bestemmingsplan waarin bepaald wordt aan welke eisen het gebruik moet voldoen. De overheid kan een bestemmingsplan altijd aanpassen, als er nieuwe ontwikkelingen mogelijk moeten worden gemaakt. In de gemeente Cuijk werd een nieuw bestemmingsplan vastgesteld voor een project met Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). In het plangebied lag ook een strook grond waarop een omwonende aanspraak wenste te maken, omdat hij door verjaring eigenaar zou zijn geworden. Hij diende dus beroep in bij de Raad van State tegen de wijziging van de bestemming op die strook

Verjaring strook tuin

Bezwaarmaker heeft een moestuin ingericht op een strook grond die kennelijk niet zijn eigendom is. De bezwaarmaker heeft in de bestemmingsplanprocedure een verklaring van een omwonende ingebracht en verschillende historische foto’s van de strook. Uit deze foto’s en verklaringen zou moeten blijken dat hij uiterlijk in 1991 de strook grond in bezit zou hebben genomen door het planten van een ligusterhaag, de inrichting als moestuin en de plaatsing van een hekwerk. Door het verstrijken van de twintigjarige verjaringstermijn bij bevrijdende verjaring zou hij eigenaar zijn geworden.

Vaststelling bestemmingsplan CPO in Cuijk

De gemeente Cuijk heeft op 13 februari 2017 het bestemmingsplan “Beers NB, CPO-2” vastgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van 31 woningen mogelijk gemaakt. In dat kader is de bestemming van de strook grond van bezwaarmaker gewijzigd in “Woongebied”. Omdat bezwaarmaker daar zijn moestuin heeft en niet zou willen meewerken aan de realisatie van woningbouw op zijn moestuin maakte hij bezwaar.

Uitvoerbaarheid bestemmingsplan

De stelling van bezwaarmaker zou ertoe moeten leiden dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. De strook grond is immers een moestuin en bezwaarmaker wil dit niet veranderen. Als hij ook de eigenaar zou zijn dan is het niet te voorzien dat dit in de nabije toekomst zou veranderen. Meer concreet zou deze uitvoering binnen de planperiode van tien jaar moeten plaatsvinden.

Evidente privaatrechtelijke belemmering

De Raad van State vat dit argument op als een beroep op een evidente privaatrechtelijke belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Dit houdt in dat als een privaatrechtelijke omstandigheid verhindert dat het bestemmingsplan kan worden uitgevoerd dat bestemmingsplan niet op die manier kan worden vastgesteld. Die omstandigheid moet dan wel volstrekt helder zijn en kan niet slechts gebaseerd zijn op stellingen en aannames.

Kadaster niet aangepast

In dit geval stond de strook grond nog gewoon op naam van de gemeente. In het kadaster was immers nog niets veranderd. Dat bezwaarmaker een beroep op verjaring deed, kwam pas in de bestemmingsplanprocedure aan het licht. Pas als beide het eens zijn over de verjaring óf als een rechter een onherroepelijke uitspraak heeft gedaan waarin de eigendomsoverdracht door verjaring definitief is uitgesproken, dan wordt deze ingeschreven in de openbare registers en wordt het kadaster aangepast.

Gemeente betwist verjaring

In deze zaak betwiste de gemeente bij de Raad van State dat er sprake zou zijn van verjaring. De foto’s en verklaring die zijn overgelegd laten aan duidelijkheid nog behoorlijk wat te wensen over en er is dus nog discussie mogelijk of er daadwerkelijk sprake is van verjaring. Dat is echter een privaatrechtelijke kwestie tussen de gemeente en de bezwaarmaker. De Raad van State beoordeelt alleen publiekrechtelijke kwesties. De privaatrechtelijke (civiele) rechter heeft verstand van verjaringskwesties en de eisen die daarvoor gelden. Het is dan ook niet aan de publiekrechtelijke (bestuurs-) rechter om hierover te oordelen. Gezien die omstandigheden oordeelt de Raad van State dat hier geen sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Het bestemmingsplan blijft dus in stand.

Conclusie

Verjaring kan een rol spelen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Er moet dan echter wel sprake zijn van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Het opvoeren van bewijsmiddelen die in een civiele procedure een rol zouden kunnen spelen is niet voldoende om de Raad van State te bewegen tot gedeeltelijke vernietiging van een bestemmingsplan. In dit geval had de bezwaarmaker in de tijd tussen de vaststelling van het plan en de behandeling al een civiele procedure kunnen afronden en dus duidelijkheid kunnen geven over de belemmering. Dat heeft hij kennelijk nagelaten, waardoor de Raad van State zijn beroep niet honoreert.

Thijs Liebregts

Thijs Liebregts plaatste tot op heden 35 artikelen

De initiatiefnemer van deze site. Ervaren advocaat civiel- en bestuursrecht met nadruk op vastgoedgerelateerde kwesties. Daarnaast een bijzondere interesse voor verjaring; het onderwerp waarop hij in 2010 afstudeerde en inmiddels ruime (proces)ervaring opbouwde.