Gebruik, bezit, houderschap, wat zijn de verschillen?

Print Friendly, PDF & Email

Bezit is een vereiste voor verjaring. Het is de vordering tot opheffing van bezit die kan verjaren. Maar wanneer is er nu eigenlijk sprake van bezit? En wanneer van houderschap? Dit zijn essentiële vragen voor ieder verjaringsgeschil. In dit artikel wordt het juridische verschil duidelijk gemaakt en weet u waar u het over moet hebben; en waarover niet.

Gebruik

Gebruik is het enige niet-juridische begrip dat hier relevant is. Het planten van struiken of bomen, het maaien van gras, het plaatsen van een afbakening of het bouwen van een schuurtje zijn allemaal vormen van gebruik. Gebruik wordt in de wet gekwalificeerd, oftewel ingedeeld, in verschillende categorieën. Bezit en houderschap zijn verschillende soorten gebruik. Op die begrippen ga ik hierna dieper in.

Houderschap

Houderschap wijst volgens artikel 3:108 van het Burgerlijk Wetboek op de feitelijke macht die een persoon over een goed uitoefent. Het gaat dus om gebruik van een goed dat van iemand anders is. Voor partijen is het duidelijk van wie het goed is en zal blijven. Een voorbeeld van houderschap is huur. Hierbij zijn afspraken gemaakt op basis waarvan de eigenaar een gebruiksrecht aan de huurder verstrekt. Maar houderschap kan ook bestaan zonder overeenkomst. Wanneer iemand een stuk gras onderhoudt en daar zo nu en dan een terras op zet, terwijl de eigenaar er gewoon op kan, wordt dit doorgaans ook als houderschap gezien. Ook een joyrider is houder, hij rijdt tijdelijk rond met de auto van een ander, maar iedereen weet dat het niet zijn auto is. Hij houdt de auto voor de eigenaar, die hoopt zijn auto weer onbeschadigd terug te zien. Houderschap is geen bezit en verjaring komt dus niet aan de orde.

Bezit

Nu wordt het interessant. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf. Voor zichzelf wordt dus toegevoegd aan de definitie (in juridische termen is dit een ‘gekwalificeerde vorm’ van houderschap). De pretentie dat de houder een goed voor zichzelf houdt is vereist om aan de eisen van deze gekwalificeerde vorm van houderschap te voldoen. Een groot verschil met houderschap is dat bij bezit doorgaans geen rechtsverhouding bestaat. Als er sprake is van huur, pacht, bruikleen of een ander gebruiksrecht dat partijen zijn overeengekomen, dan verhindert dat het ontstaan van bezit.

Hoe bezit wordt verkregen is gegeven in artikel 3:112 BW; dit geschiedt door inbezitneming, door overdracht, dan wel door opvolging onder algemene titel. Inbezitneming is het feitelijk – zonder toestemming – gaan gebruiken van grond. Overdracht spreekt voor zich, en vindt bijvoorbeeld plaats door de verkoop en levering van een stuk grond. Opvolging onder algemene titel is bijvoorbeeld: fusie, vererving of splitsing. De twee laatste vormen zijn bij verjaring bij grondzaken minder relevant. Bij verjaring moet meestal sprake zijn van inbezitneming. Ik verwijs u voor verdere uitleg daarover naar mijn artikel over de vraag wanneer sprake is van inbezitneming.

Conclusie

Houderschap is gebruik voor een ander, bezit is gebruik voor zichzelf. De grens tussen houderschap en bezit is niet altijd duidelijk. De beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de feitelijke omstandigheden, waarbij de uiterlijke feiten worden meegewogen, maar ook of partijen afspraken hadden over het gebruik. Het kan dus van groot belang zijn of er een oude brief aanwezig is waarin het gebruik wordt toegestaan of een getuige is die kan bevestigen dat de grond in bruikleen is gegeven.

Tip: Zorg dat alle relevante omstandigheden en stukken op tafel komen. Daarbij raad ik aan oude foto’s te zoeken én de huidige situatie vast te leggen en oude afspraken op papier op te zoeken en getuigenverklaringen van nu op papier te zetten. Daarmee kan een jurist u een duidelijk antwoord geven op de vraag of er sprake is van bezit en verjaring en hoe u uw rechten kunt beschermen.

Thijs Liebregts

Thijs Liebregts plaatste tot op heden 36 artikelen

De initiatiefnemer van deze site. Ervaren advocaat civiel- en bestuursrecht met nadruk op vastgoedgerelateerde kwesties. Daarnaast een bijzondere interesse voor verjaring; het onderwerp waarop hij in 2010 afstudeerde en inmiddels ruime (proces)ervaring opbouwde.