Inbezitneming van grond en verjaring, wanneer wel en wanneer niet?

Print Friendly, PDF & Email

Inbezitneming is de belangrijkste vorm van bezitsverkrijging bij verjaring. Maar wanneer is er sprake van inbezitneming en heeft een beroep op verjaring een kans van slagen? In dit artikel zal ik aan de hand van richtinggevende jurisprudentie een beeld vormen. Want er is een lijn zichtbaar, en een beoordeling van de feitelijke omstandigheden is vaak mogelijk.

Feitelijke macht

Door bezitshandelingen verkrijgt iemand de feitelijke macht volgens artikel 3:113 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Volgens het tweede lid van dat artikel zijn enkele op zichzelf staande bezitshandelingen niet genoeg, als iemand anders reeds de bezitter is. Er moet dus sprake zijn van consequent gebruik waardoor het bezit van de voorganger wordt beëindigd. Deze feitelijke macht moet naar verkeersopvatting worden beoordeeld, met andere woorden: Hoe zou de doorsnee persoon de situatie beoordelen? Er moet dus objectief en aan de hand van de uiterlijke verschijningsvorm van de situatie worden geoordeeld. De ‘papieren’ eigendomssituatie speelt geen rol, van belang is hoe de situatie er ter plekke uitziet en wat de situatie in het verleden was.

Bezitshandelingen

In jurisprudentie zijn afgelopen jaren zo’n beetje alle denkbare bezitshandelingen langsgekomen. Frequent over een perceel rijden met auto’s en daar ook auto’s op parkeren wordt door de Hoge Raad niet als bezitshandeling gezien, want daarmee pretendeer je geen eigenaar te zijn. De Hoge Raad oordeelde over het plaatsen van een schutting in samenhang met werkzaamheden als het opruimen van het terrein, het zaaien van gras, het planten van bomen, het plaatsen van bielzen alsmede het later vervangen van het gras door stoeptegels, dat dit niet als inbezitneming aangemerkt kon worden omdat de eigenaar nog altijd via een deur toegang had tot de strook grond. In dit arrest heeft de Hoge Raad een strikte lijn uitgezet die erop wijst dat wanneer de eigenaar de grond zonder belemmeringen kan betreden, daarmee de kans op bezit en verjaring klein is.

Als de grond is afgebakend en de eigenaar de grond niet vrij kan betreden dan is doorgaans wel sprake van bezit, zo ook volgens de Rechtbank Oost-Brabant in oktober 2014. Er is echter ook jurisprudentie waar een beroep op bezit en verjaring makkelijker wordt aangenomen. Het verlengen van een tuin tot aan de trottoir bijvoorbeeld, waarbij geen sprake was van een afbakening maar de grond wel werd gebruikt op dezelfde manier als het overige deel van de tuin, namelijk door plaatsing van planten en struiken. Wél bezit en verjaring concludeerde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in juli 2013. De Rechtbank Midden-Nederland oordeelt daarentegen in november 2014 dat de aanwezigheid van een hek niet als bezitsdaad hoeft te gelden en wijst een beroep op verjaring ondanks dit hek af.

Uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven zijn dus zeer wisselend. Wanneer we kijken naar de grotere (goed bepleite) zaken en de arresten van de Hoge Raad dan kom ik tot het oordeel dat groot belang wordt gehecht aan:

  • is de grond duurzaam onbereikbaar voor de eigenaar?
  • vormt de grond een geheel met het overige eigendom van de gebruiker?
  • zijn de handelingen op de grond ingrijpend van aard?

Zijn de antwoorden op deze vragen JA, dan is de kans op bezit groot. Hoe minder JA, hoe meer kans dat er geen sprake is van bezit. Omdat de beoordeling zo lastig is willen veel rechters vervolgens graag ook meer weten over overige omstandigheden;

  • heeft de eigenaar aanspraak gemaakt op de grond?
  • is er in het verleden contact geweest en wat was de uitkomst daarvan?

Ook de antwoorden op deze vragen kunnen een zaak veranderen. In feite zijn rechters op zoek naar een zekere verwijtbaarheid; Had de eigenaar kunnen en moeten optreden? Heeft hij dat niet gedaan dan wordt verjaring sneller aangenomen.

Conclusie

De Hoge Raad hanteert een tamelijk strikte lijn; bezit en verjaring wordt niet snel aangenomen. Als de toegang duurzaam is verhinderd dan is bezit en verjaring reëel. Voor de beoordeling van de verjaring wordt vervolgens ook gekeken naar de houding van de eigenaar. In lagere rechtspraak is erg veel beweging en dus veel ruimte om met de juiste argumenten uw standpunt te verdedigen.

 

Tip: Beoordeel hoe omvattend het gebruik is en of de eigenaar nog redelijkerwijs op de grond kan. Kijk daarnaast naar signalen die eerder tussen partijen zijn afgegeven, sommige rechters nemen dit ook nadrukkelijk mee in hun afweging.

Thijs Liebregts

Thijs Liebregts plaatste tot op heden 35 artikelen

De initiatiefnemer van deze site. Ervaren advocaat civiel- en bestuursrecht met nadruk op vastgoedgerelateerde kwesties. Daarnaast een bijzondere interesse voor verjaring; het onderwerp waarop hij in 2010 afstudeerde en inmiddels ruime (proces)ervaring opbouwde.